Afgelopen zaterdag 11 april was het om 7 uur goed koud toen ik op de fiets de deur uitging naar de startplaats, het gemaal bij de Soestwetering. We waren met z’n zevenen en gingen in 2 groepen aan het werk. Het is genieten van de opkomende zon, de geluiden van kieviten en grutto’s en de uitgestrektheid van het land. Met de nieuwe groene hesjes zijn we vanaf de weg goed zichtbaar. Het net bewerkte land maakt dat ik even moet wennen aan de ongelijke ondergrond en mijn balans moet vinden in het veld op de dikke kluiten. In ons perceel waren de markeringsstokken voor de nesten al geplaatst. Daar heeft de boer voorzichtig omheen gereden.
Aan ons de taak mandjes te plaatsen onder de nesten, zodat ze op termijn ook opgetild en tijdelijk verplaatst kunnen worden als het land verder bewerkt wordt.
Met mandjes en een handkrabber gaan we op pad. De krabber is nodig om in de harde grond een kuiltje te maken waar het mandje goed in past. Voorzichtig worden de kievitseieren uit het nestje gehaald en weer teruggeplaatst als het nestmandje niet meer van een echt nest te onderscheiden is.
Grond aangestampt, de randen van het mandje wat weggewerkt en alles voorzien van voldoende rommelig nestmateriaal. Soms is een nest nog niet af, liggen er nog 2 of 3 eieren. Maar wanneer de 4 eieren met de punten naar elkaar toe liggen is het voor de kievit tijd om te gaan broeden. Snel werken en waar kan ook weer snel het land af zodat de vogels kunnen terugkeren op het nest.
Wat een afstand om te lopen als je dan iemand terug moet sturen naar de auto
omdat er aan het einde van het perceel mandjes te weinig zijn.
Wanneer we na 2,5 uur lopen met 7 mensen meer dan 30 nesten hebben kunnen
markeren en beschermen en ondertussen nog een weggedoken jong haasje spotten,
smaakt de koffie uitstekend en kan de dag niet meer stuk.
Bij het ter perse gaan van dit stukje (13 april) heeft Elize de eerste jonge kieviten al
gezien. Daar doen we het voor.

